Planten op de school verminderen gezondheidsklachten en stress. Dit vertaalt zich in een aanzienlijke vermindering van het afwezigheidpercentage en verbetering van de prestaties en productiviteit van uw medewerkers en leerlingen. Reden genoeg om een beleid op te zetten om de werkplek groener en gezonder te maken. Om nieuw beleid succesvol in te voeren is een planmatige aanpak een vereiste. Dit zeven-stappenplan helpt u daarbij.
Het stappenplan bestaat uit zeven fasen:
|
Een basisvoorwaarde om een groenbeleid te ontwikkelen, is de aanwezigheid van een draagvlak. Dit houdt in dat de directie en sleutelfiguren inzicht hebben in gezondheidsproblemen op school, overtuigd zijn van de rol van planten, zich engageren voor dergelijk gezondheidsbeleid en een voorbeeldrol willen
vervullen. Ideaal uitgangspunt hiervoor zijn cijfermateriaal, onderzoeksresultaten en sprekende voorbeelden (literatuur). Dit alles laat toe een gezondheidsbeleid uit te bouwen dat gedragen wordt door iedereen en nauw aansluit bij de realiteit
|
Er is al een belangrijke stap achter de rug: er is een intentie om een project ‘Groen op school’ op te zetten. Ideaal is deze materie te laten aansluiten bij het algemene gezondheidsbeleid of de opleidingen rond gezondheid. Geef wie geïnteresseerd is in de materie en zich ervoor wil engageren, de kans deel uit te maken van de structuur, bijvoorbeeld een werkgroep rond groen op school. In het secundair onderwijs
kunnen bijvoorbeeld ook leerlingen deel uitmaken van deze structuur. De leden van de werkgroep moeten zich goed bewust zijn van hun rol: de ontwikkeling en implementatie van het project goed laten verlopen.
Vooraleer echt van start te gaan, moet de werkgroep kennismaken met het domein van planten in de (werk)omgeving. Geef bijvoor- beeld aan iedereen uitleg over de wetgeving die hier een rol speelt en de plichten van de werkgever. Maar ga ook concreter en geef de werkgroep informatie over de relatie tussen
planten en gezondheid. Deel ook
de folder ‘Groen in bedrijf’ uit. Deze bevat een degelijke inhoudelijke basis
over het onderwerp. Zonder communicatie kan een project rond gezondheid geen
stand houden. Zorg dan ook voor doorstroming van de informatie naar alle
betrokkenen. Ga na welke communicatiekanalen er reeds zijn voor het informeren
over gezondheid en of ze geschikt zijn voor de communicatie over ‘Groen op
school’. Achteraan dit stappenplan vindt u een overzicht van relevant materiaal
dat u hiervoor kan gebruiken.
|
Deze derde fase bestaat uit een diagnose van de situatie in uw school en een inschatting van de kans op verbetering met planten. Maak in eerste instantie een inventaris van de ‘gezonde’ planten die er al zijn en de behoeften van de werknemers en (in het secundair onderwijs) de kinderen aan meer groen in hun omgeving. Deze inventarisatie dient dan als basis voor analyse en maatregelen. Informeer de werknemers en leerlingen over de materie en laat ze zelf bijdragen tot het groenbeleid.
De basisinformatie kan u opnemen in een infofiche die een plaats krijgt aan de valven of op intranet, wordt meegestuurd met de loonfiche,…
Peil bij de werknemers en leerlingen naar
• hun ervaringen met groen in de (werk)omgeving;
• (arbeids)omstandigheden die de gezondheid of het functioneren beïnvloeden;
• de mogelijke oorzaken hiervan;
• de maatregelen die ze voorstellen om dit in de toekomst te voorkomen (probleemoplossend denken);
• hun mening over planten als oplossing voor hun probleem. Voor deze bevraging kan u gebruikmaken van vragenlijsten, risicoanalyses, discussiebijeenkomsten,…
Dit alles kan een antwoord geven op de volgende vragen:
• Welke werknemers/leerlingen lopen risico op klachten door luchtvervuiling op school?
• Welke werknemers/leerlingen klagen over ‘sick building symptomen’?
• Welke werknemers/leerlingen zien helemaal geen groen in hun werkomgeving?
|
Na het bevragen en de gesprekken, worden de ,antwoorden verwerkt en de gegevens geanalyseerd.
Daaruit kan naar voren komen dat voornamelijk in een bepaald lokaal weinig planten staan of dat er juist veel klachten zijn na een les in dat lokaal, dat mensen met een bepaalde functie vaak hoofdpijn hebben,...
Deze gegevens dienen als uitgangspunt om de, te ondernemen acties en de verantwoordelijkheden
vast te leggen. Enkele voorbeelden:
• zorg voor minimaal één plant per lokaal. Betrek de leerlingen hierbij en laat ze planten meebrengen en onderhouden;
• besteed extra aandacht aan de plaatsen waar de meeste gezondheidsklachten, gerelateerd aan een slecht binnenklimaat, voorkomen;
• voorzie plekken met kopieerapparaten van extra groen;
• maak de inkom en de buitenkant van uw school groener;
• organiseer een excursie naar een kwekerij;
• leg er de nadruk op dat het groenbeleid een onderdeel is van het totale streven naar een beter milieu en een betere gezondheid (bv. fietsen naar school, afvalscheiding, gezonde voeding,…);
• geef eens een plant cadeau;
• organiseer een cursus plantenverzorging voor personeel en leerlingen;
• herinner op opvallende plaatsen aan het groenbeleid, bv. met affiches;
• organiseer ludieke activiteiten en voorkom dat die een moraliserend karakter krijgen;
• neem het onderwerp op in het lessenpakket. Dit alles kan gecombineerd worden met algemenere maatregelen zoals gezond schoonmaken (het gebruik van schoonmaakproducten beperken of gezondere alternatieven gebruiken), de ruimtes geregeld verfrissen en in beperkte mate gebruikmaken van luchtverfrissers.
|
Nu de inhoud van het project vastligt, kan de concrete uitvoering beginnen. Om gestructureerd te werken, is het aangeraden het op te delen in fasen en per deelproject een verloop en timing vast te leggen. Noteer per fase de vereiste middelen, de uitvoerders en de doelgroep. Tijdens de uitvoering kan het zinvol zijn
ervaringen van de betrokkenen te noteren. Dit kan goed van pas komen voor de evaluatie van het project.
Essentieel voor het welslagen zijn communicatie en informatie. Van bij het begin is het nodig om op een heldere manier naar voor te brengen wat de bedoeling is en welke stappen genomen worden. Ook de
nodige feedback is vereist. Wat zijn nu de resultaten? Welke maatregelen worden genomen en wanneer? Welke niet en waarom niet?
|
Na de invoering van het groenbeleid is het zaak de werking ervan te evalueren, bijvoorbeeld na een half jaar. Enkele mogelijke vragen voor de evaluatie:
• Zijn de activiteiten gelukt?
• Is er meer bewustwording voor gezondheid op school d.m.v. planten?
• Wat vonden de werknemers, de leidinggevenden, de leerlingen ervan?
• Wat hebben de betrokkenen geleerd?
• Hoe kan het beter?
• Heeft de invoering van het groenbeleid tot nieuwe problemen geleid?
• Zijn de afwezigheidcijfers gedaald (bij personeel en leerlingen)?
Het gaat hier om het vaststellen van kosten en baten. Hou er rekening mee dat het niet om louter economische posten gaat, maar dat u bij een kosten-batenanalyse ook rekening moet houden met aspecten zoals de tevredenheid van de werknemers en leerlingen. Maak vervolgens een evaluatierapport met daarin aanbevelingen voor verdere activiteiten en suggesties voor verbeteringen. Koppel de resultaten van deze evaluatie terug naar de betrokkenen. Het is een kwestie van regelmatig aandacht te blijven besteden aan het groenbeleid. Maak er bijvoorbeeld een vast agendapunt van tijdens overleg.
|
De ontwikkeling van een gezondheidsbeleid is circulair. Blijkt uit de evaluatie dat er wijzigingen nodig zijn, dan kunnen de werknemers en/of leerlingen indien nodig nog eens bevraagd worden. Het plan wordt aangepast en vervolgens wordt de verandering ingevoerd. Raadplegen moet bijna een gewoonte zijn. Bij
een rondgang door de school, tijdens meetings en op vergaderingen is het van belang op een informele manier te weten te komen wat er bij de werknemers en leerlingen leeft. Dit geldt trouwens voor alle gezondheidsitems. Met ‘verankering’ wordt bedoeld dat het groenbeleid deel moet uitmaken van de schoolcultuur, van het doen en laten van alle werknemers en leerlingen.